19 aug 2026
Eerste Lijn
Sensibilisatie
Image
VAN Archief 2025-509

Minister Caroline Gennez werkt aan een hervorming die zorg dichter bij de burger moet brengen en de samenwerking tussen zorgverleners eenvoudiger moet maken. Daarbij zullen twee begrippen terugkomen: zorgzones en buurtgerichte zorg.

Dat klinkt misschien vooral beleidsmatig. Toch zal dit een duidelijke invloed hebben op de manier waarop lokale samenwerking wordt georganiseerd en op de plaats van de apotheker binnen de eerste lijn.

Zorgzones naast de bestaande eerstelijnszones

Vandaag kennen we vooral de eerstelijnszones en de zorgraden. Huisartsen, apothekers, verpleegkundigen, lokale besturen, welzijnsorganisaties en andere partners bespreken er gezamenlijke noden en initiatieven.

Maar er gaat veel tijd naar overleg, bestuur en administratie. De nieuwe regionale zorgzones moeten daar verandering in brengen. De bedoeling is dat een aantal administratieve en organisatorische taken meer op dat bovenlokale niveau worden samengebracht. De eerstelijnszone blijft daarbij belangrijk voor het lokale werk. Daar worden concrete noden besproken, lokale prioriteiten bepaald en samenwerkingen opgezet die dicht bij de burger staan.

Voor apothekers kan die taakverdeling gunstig zijn. Wanneer zorgraden minder tijd moeten besteden aan bestuur en administratie, kan er meer ruimte komen voor inhoudelijke vragen. Hoe bereiken we kwetsbare burgers? Hoe organiseren we preventie? Hoe bevorderen we veilig medicatiegebruik? Welke afspraken zijn nodig tussen apothekers, huisartsen, verpleegkundigen, lokale dienstencentra en welzijnspartners?

VAN werd eerder al aangegeven dat het een goede zaak kan zijn als bestuurlijke taken minder zwaar wegen op de zorgraden, zodat zij zich sterker kunnen richten op concrete uitrol en samenwerking op het terrein. 

 

Zorg organiseren vanuit de buurt

Naast de regionale zorgzones krijgt buurtgerichte zorg meer aandacht. Het uitgangspunt is dat mensen zo lang mogelijk goed moeten kunnen leven in hun vertrouwde omgeving.

Daarvoor volstaat medische zorg alleen niet. Ook sociale contacten, ondersteuning van mantelzorgers, vroegtijdige signalering en goede doorverwijzing spelen een rol. Een zorgzame buurt steunt op verbinding tussen mensen, samenwerking tussen welzijn en gezondheid en een goede afstemming tussen professionele en informele zorg.

De apotheek heeft daarin een herkenbare plaats. Mensen kunnen er zonder afspraak terecht en stellen er uiteenlopende gezondheidsvragen. Tijdens een gesprek kan ook blijken dat iemand thuis moeilijkheden ervaart, medicatie niet correct gebruikt, verwarder wordt of dat de zorg voor een naaste zwaar begint te wegen.

Dat maakt van de apotheker geen maatschappelijk werker of huisarts. Hij kan wel signalen opmerken, vragen stellen, advies geven binnen de eigen expertise en gericht doorverwijzen.

 

Van bij de start betrekken

Tijdens het overleg van VAN met het kabinet van Caroline Gennez op 29 juni 2026 werd de positie van de apotheker binnen deze hervorming besproken.

VAN wees onder meer op de rol van apothekers in medicatiebeheer, therapietrouw en medicatieveiligheid. Door hun dagelijkse contacten bereiken zij bovendien burgers die niet altijd gemakkelijk aansluiting vinden bij andere vormen van zorg.

De hervorming van de eerstelijnszones en de ontwikkeling van zorgzones kunnen meer ruimte creëren voor inhoudelijke samenwerking, buurtgerichte acties en een duidelijke opvolging van resultaten. Daarbij is het belangrijk dat apothekers van bij het begin worden betrokken bij stuurgroepen en lokale samenwerkingsverbanden.

 

Medicatie binnen geïntegreerde zorg

Ook de Interfederale Plannen Geïntegreerde Zorg zullen mee bepalen hoe lokale en regionale samenwerking vorm krijgt. Het gaat bijvoorbeeld om trajecten rond perinatale zorg, kwetsbare personen en andere geïntegreerde zorgprogramma’s.

Apothekers zijn vandaag nog niet overal bij zulke trajecten betrokken. Nochtans beschikken zij over relevante expertise rond medicatie, therapietrouw en begeleiding van patiënten. Ze kunnen burgers informeren over vaccinatie en bevolkingsonderzoeken, risico’s herkennen bij kwetsbare patiënten en problemen met medicatie tijdig signaleren, alsook therapietrouw ondersteunen en mee toezien op een veilige overdracht van medicatiegegevens na een ziekenhuisopname.

In haar presentatie aan het kabinet omschreef VAN correct medicatiegebruik als een essentiële bouwsteen van geïntegreerde zorg. Een goed afgestemde medicatiebehandeling kan complicaties en ziekenhuisopnames helpen voorkomen, kosten beperken en de levenskwaliteit van patiënten ondersteunen.

Daarvoor zijn wel randvoorwaarden nodig. Zoals betere digitale gegevensdeling en heldere afspraken over taken en verantwoordelijkheden. Ook opleiding, praktische ondersteuning, structurele verankering en financiering moeten worden meegenomen.

 

Wat verandert er voor de individuele apotheker?

De hervorming betekent niet dat er morgen plots een volledig nieuwe opdracht bij komt in de apotheek. Het is wel belangrijk om de evolutie te kennen. De zorg verschuift steeds meer naar samenwerking in netwerken, dicht bij de burger en op maat van de buurt.

Apothekers die actief zijn binnen een apothekerskring, eerstelijnszone of zorgraad kunnen mee bepalen hoe die samenwerking vorm krijgt. Ook wie vandaag nog niet deelneemt aan lokaal overleg, zal de komende jaren wellicht vaker merken dat lokale partners de apotheek nodig hebben in preventie, medicatieveiligheid en begeleiding van kwetsbare burgers.

 

Zorgzones mogen dus geen extra afstand creëren tussen beleid en praktijk. Ze moeten de lokale werking ondersteunen en helpen om organisatorische taken eenvoudiger te organiseren.

Buurtgerichte zorg mag geen abstract project blijven, maar moet vertrekken van de plekken waar burgers vandaag al komen. De apotheek is zo’n plek. Als we ervoor zorgen dat apothekers van bij het begin mee aan tafel zitten, kunnen zorgzones en buurtgerichte zorg uitgroeien tot een hefboom voor betere, meer nabije en meer samenhangende zorg.