Lokale apothekerskringen kunnen veel betekenen voor de zichtbaarheid van apothekers en voor hun samenwerking binnen de eerste lijn. Ze brengen collega’s dichter bij elkaar, maken overleg met andere zorgverleners eenvoudiger en zorgen ervoor dat de stem van de apotheker lokaal sterker klinkt. Tegelijk vraagt een sterke kringwerking tijd, structuur en mensen die bereid zijn om mee de schouders onder het verhaal te zetten.
Binnen het traject ‘Doorstart Kringwerking’ gingen verschillende expertkringen aan de slag om hun lokale werking te versterken. Eén daarvan was de kringwerking in Waasland Noord-Oost en Zuid-West. Alex Neveux en Babs De Cuyper namen daar een trekkende rol op. Ze werkten onder meer aan betere communicatie, meer lokale verankering en een sterkere samenwerking met andere zorgactoren.
We gingen met Alex in gesprek over hun aanpak, de meerwaarde van ondersteuning en de lessen die ook andere kringen hieruit kunnen meenemen.
Welke uitdagingen waren er voor jullie als kring vóór de ondersteuning binnen het project?
In de eerste plaats ging het om onze digitale zichtbaarheid. We hadden al een nieuwsbrief, waarvoor ik samenwerk met Babs. Zij is verantwoordelijk voor Waasland Noord-Oost en ik voor Waasland Zuid-West. We hadden ook al een website, maar die was nog vrij recent opgestart en konden we nog niet breed delen, behalve via onze nieuwsbrief.
Daarnaast wilden we onze kring onderverdelen in subkringen, dus meer lokaal werken. Dat hebben we geografisch aangepakt, volgens de grenzen van de gemeenten. Uiteindelijk hebben we onze regio ingedeeld in zeven subkringen. Voor vijf subkringen werd een verantwoordelijke aangeduid. Babs en ik behouden de hoofdverantwoordelijkheid. Zelf nemen wij ook nog extra zones op, zoals Sint-Niklaas. Daarnaast zetten vijf collega’s kunnen aanspreken zich in voor de andere zones. Van daaruit wilden we sterker in zetten op MFO’s en zo de lokale samenwerking met artsen, maar ook met andere zorgactoren, verbeteren en optimaliseren.
Hebben deze nieuwe collega’s intussen goed meegewerkt?
Ja, zeker wel. De bedoeling is om hen geregeld op te volgen. In het begin hebben we hen wat extra moeten ondersteunen in hun communicatie naar hun achterban, dus naar de collega-apothekers die tot hun subkring behoren. We hebben hen meegegeven hoe ze dat best konden aanpakken, welke berichten ze konden uitsturen en hoe ze hun collega’s konden bereiken.
De laatste opvolging viel voor ons samen met het einde van het projectjaar in februari. Toen hebben we ook een groter event georganiseerd. Daar hebben we met die collega’s bekeken hoe het liep, hoe zij het aanpakten en wat ze al hadden gedaan.
Welke ondersteuning heeft voor jullie het verschil gemaakt?
De ondersteuning vanuit VAN was zeker belangrijk. Alleen al het feit dat we konden deelnemen aan als ‘expertkring’ en dat er ook een financiële ondersteuning aan gekoppeld was, heeft geholpen. Daarnaast was de vooraf uitgewerkte structuur een handig houvast. De zaken die we moesten indienen, werden door VAN goed opgevolgd, bijgehouden en waar nodig bijgestuurd. Die begeleiding werd absoluut gewaardeerd.
Kringwerking bouw je niet van vandaag op morgen. Maar wachten tot iemand anders het doet, heeft weinig zin
Heeft de kringwerking geleid tot meer kennisdeling, overleg of samenwerking?
Ik kan dat concreet zeggen voor Sint-Niklaas, omdat ik daar zelf voor insta. Voor de vijf andere deelkringen hebben we minstens van één deelkring al heel concrete informatie. Daar hebben ze specifiek ingezet op een initiatief dat in oktober doorgaat op een iets grootschaliger niveau.
Daarvoor zijn alle apothekers en alle artsen van die deelkring aangeschreven. In totaal zouden ze met maximaal 70 zorgverstrekkers kunnen zijn. Dat is dus opnieuw een ander niveau. We bekijken nu of we dat ook kunnen doortrekken naar de andere deelkringen van Waasland. Naast zeer lokale MFO’s met bijvoorbeeld drie of vier apothekers en drie of vier artsen, willen we zo jaarlijks ook één vast, iets groter MFO organiseren.
Is dat ook een initiatief dat je zou aanraden aan andere kringen?
Absoluut. Wat ik ook zeker zou aanraden, is om op het bovenliggende niveau van de kringwerking met de kringverantwoordelijke van de artsen samen te zitten. Wij hebben dit gedaan. Samen met Babs heb ik meegewerkt aan de ontwikkeling van een soort charter, waarin we een aantal uitdagingen, bekommernissen en vereisten benoemen waaraan we samen willen werken.
De bedoeling is om dat charter te delen met collega-artsen en collega-apothekers. Daarbij is het belangrijk dat beide partijen weten dat het initiatief breed gedragen wordt door de basis. Dat zorgt voor openheid, duidelijkheid en vertrouwen.
Welke rol speelt de zorgraad in jullie werking?
Het belang van de zorgraad en de connectie met de zorgraad wordt vandaag meer en meer benadrukt. De werking bij ons komt van twee kanten. Waar Babs en ik de vertegenwoordiging opnemen in de zorgraad, zien we ook dat er vanuit onze eerstelijnszone veel actie wordt ondernomen om geïntegreerde zorg verder op punt te stellen.
Zo hebben ze recent een matrix opgesteld. Dat is eigenlijk een eenvoudig document waarin alle zorgactoren opgelijst staan. Elke zorgactor kan met een cijfer van één tot vier aangeven in welke mate er al wordt samengewerkt met elk van de andere zorgverstrekkers. Daaronder kunnen ze eenvoudig aangeven waarom samenwerking er eventueel nog niet is, wat ze ervan verwachten en of ze samenwerking nodig vinden. Dat is heel eenvoudig, het werd vorige maand wel uitgestuurd naar alle verantwoordelijken binnen de cluster zorg.
Daarmee gaan we nu aan de slag om de samenwerking verder te optimaliseren. Daarbij ligt ook de nadruk op kringwerking bij alle andere zorgpartners. Dat is zeker nuttig.
Bij ons is het zo gegroeid dat wij zowel de kringverantwoordelijkheid opnemen als de vertegenwoordiging in de zorgraad. Ideaal gezien zijn dat twee verschillende personen. Voor startende kringen kan het dus nuttig zijn om dat van bij het begin mee te geven en eventueel een andere persoon voor die rol aan te duiden.
Wat zou je zeggen tegen apothekers die twijfelen om zich actief te engageren?
Het vraagt wel wat werk. Tegelijk mag je niet denken dat alles van vandaag op morgen klaar moet zijn. Als mensen naar onze kring kijken en zeggen “jullie hebben een nieuwsbrief en een website”, dan is dat natuurlijk niet iets waarvan wij gezegd hebben “we werken daar deze maand aan en op het einde van de maand is alles klaar”.
Daar zijn maanden, of eigenlijk jaren, over gegaan. In het eerste jaar hadden we alleen de nieuwsbrief. Die lay-out was toen ook nog heel eenvoudig en eerder geïmproviseerd. Daarna hebben we dat wat professioneler gemaakt. Pas daarna hebben we aan de website gewerkt. Dat is dus niets dat van vandaag op morgen ontstaat.
Er komt denkwerk bij kijken, maar ook wat opportunisme. Soms moet je denken “zullen we dat eens proberen?” En dan moet je je er gewoon achter zetten. De uren die je erin steekt, worden ook gespreid over de tijd. Wachten tot iemand anders het doet, heeft weinig zin. Het is belangrijk dat iemand het initiatief neemt. Zulke mensen moeten er in elke kring zijn.
|
Wil jouw kring groeien, nieuwe stappen zetten en ervaringen delen met andere kringen? Stel je kandidaat voor het nieuwe traject 'Doorstart Kringwerking' tot en met 6 september.
|